Effecten op het lichaam
Als koolmonoxide wordt ingeademd, wordt het via de longen in het bloed opgenomen. Hier hecht het zich aan de rode bloedcellen. Rode bloedcellen zorgen voor het transport van zuurstof door het lichaam. Omdat koolmonoxide zich ruim 200x makkelijker aan rode bloedcellen hecht dan zuurstof, verdringt het de zuurstof in het bloed heel gemakkelijk. Het bloed kan daardoor steeds minder zuurstof vervoeren. Weefsels en organen die constant veel zuurstof nodig hebben, zijn hiervoor het gevoeligst. Dit zijn vooral het hart, het centraal zenuwstelsel en bij zwangere vrouwen de foetus.
Bij een lichte koolmonoxidevergiftiging ontstaan vermoeidheid, misselijkheid, hoofdpijn en een verhoogde hartslag en ademhaling. Deze verschijnselen lijken op griep, zonder de bij griep horende temperatuurverhoging. Bij hogere concentraties kan men flauwvallen of bewusteloos raken. Dit kan uiteindelijk uitmonden in coma en dood.
Het optreden van symptomen hangt af van de koolmonoxideconcentratie in de lucht, de blootstellingsduur, de mate van inspanning, individuele gevoeligheid en de gezondheid van betrokkene(n). Mensen met hart- of neurologische aandoeningen zijn extra gevoelig. Bij hen kan koolmonoxidevergiftiging leiden tot verergering van hun kwaal.